Wereldwijd staat Rio de Janeiro bekend als de stad van carnaval, samba, Copacabana en het Christus de Verlosser-standbeeld. Bij voetballiefhebbers staat de stad vooral bekend als een van de belangrijkste steden binnen de Braziliaanse voetbalcultuur en de speelstijl Joga Bonito – letterlijk: ‘speel mooi’. Creativiteit, techniek, improvisatie en plezier staan daarbij centraal.
In Rio is voetbal niet alleen een sport. Het is onderdeel van de manier waarop de stad leeft, beweegt en zichzelf presenteert.
Voetbal in een stad vol contrasten
Rio de Janeiro ligt in het zuidoosten van Brazilië en telt ruim zes miljoen inwoners. De stad kent grote sociale verschillen. Rijke wijken, toeristische gebieden en moderne appartementencomplexen liggen soms direct naast dichtbevolkte favela’s. Een duidelijk voorbeeld daarvan is Rocinha, dat direct grenst aan de welvarende wijk São Conrado. In deze gebieden kan het verschil tussen arm en rijk nauwelijks groter zijn.
Veel jongeren groeien op in omstandigheden waarin armoede, geweld en criminaliteit aanwezig zijn. In sommige favela’s hebben gewapende criminele groeperingen grote invloed op het dagelijks leven. Tegelijkertijd zijn er veel jongeren die zich hieraan proberen te onttrekken en hun toekomst op een andere manier willen opbouwen.
Sport speelt daarin een belangrijke rol. Wie door Rio loopt, ziet op veel plekken jongeren futsal, straatvoetbal en pelada spelen: informele potjes voetbal waarbij het vooral draait om samen spelen. Ook op de stranden van Copacabana en Ipanema wordt volop beachvoetbal en footvolley gespeeld.
Het mooie is dat deze vormen van voetbal niet alleen draaien om beter worden of winnen. Er wordt gespeeld met een glimlach. Plezier, ritme, techniek, creativiteit en improvisatie staan centraal. Een bal is genoeg om samen te komen en urenlang te voetballen.
Van de stoffige pleintjes in de wijken tot het zand van de stranden: voetbal wordt in Rio op allerlei manieren gespeeld. Het is deze vrije en creatieve manier van voetballen die zo kenmerkend is voor de Braziliaanse voetbalcultuur.
Binnen deze cultuur dromen veel jonge voetballers ervan om ooit prof te worden. Voor sommigen is voetbal bovendien een mogelijke uitweg uit armoede en moeilijke omstandigheden. Het ultieme doel is voor velen het dragen van het shirt van A Seleção, het Braziliaanse nationale elftal.
De oorsprong van het voetbal in Rio
De oorsprong van het voetbal in Rio ligt in de late negentiende eeuw. Het spel werd in Brazilië verspreid door onder anderen Britse immigranten en Brazilianen die in Europa hadden gewoond of gestudeerd. Een belangrijke naam daarbij is Oscar Cox.
Cox was de zoon van een Britse diplomaat en bracht een deel van zijn jeugd door in Zwitserland. Rond 1897 keerde hij terug naar Rio en organiseerde hij voetbalwedstrijden met vrienden. Hij wordt daarom gezien als een van de belangrijkste grondleggers van het voetbal in Rio. In 1902 richtte hij Fluminense Football Club op.
Voetbal groeide vervolgens snel in populariteit. Verschillende bestaande sportverenigingen namen de sport op in hun programma. Vooral de roeiverenigingen Flamengo, Vasco da Gama en Botafogo zouden later een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van het voetbal in Rio.
Flamengo was in 1895 opgericht als roeivereniging, Vasco da Gama in 1898 en Botafogo had eveneens een lange roeitraditie. In de eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkelden deze verenigingen zich steeds verder tot omnisportclubs, waarbij voetbal uiteindelijk uitgroeide tot de belangrijkste sport.
Samen met Fluminense vormden zij de vier grote voetbalclubs van Rio de Janeiro.
De vier voetbalclubs van Rio
Fluminense
Fluminense Football Club werd op 21 juli 1902 opgericht door Oscar Cox en was de eerste grote club in Rio die specifiek voor voetbal werd opgericht. De club speelde aanvankelijk in grijs en wit, maar veranderde in 1904 de clubkleuren naar groen, wit en grená.
De wortels van Fluminense liggen in Laranjeiras. De club bouwde daar het historische Estádio das Laranjeiras, dat een belangrijke plaats inneemt in de geschiedenis van zowel Fluminense als het Braziliaanse voetbal. Sindsdien is Fluminense uitgegroeid tot een van de traditionele clubs van Rio en speelt het zijn belangrijkste thuiswedstrijden in het Maracanã.
Fluminense heeft vier Braziliaanse landstitels gewonnen, in 1970, 1984, 2010 en 2012. In 2023 schreef de club bovendien geschiedenis door in het Maracanã voor het eerst de Copa Libertadores te winnen.
De onderlinge wedstrijd tegen Flamengo staat bekend als de Fla-Flu, een van de bekendste derby’s van het Braziliaanse voetbal.
Flamengo
Clube de Regatas do Flamengo werd op 17 november 1895 opgericht als roeivereniging. Pas later kreeg de club een voetbalafdeling. Inmiddels is Flamengo uitgegroeid tot een van de grootste en succesvolste voetbalclubs van Brazilië.
De rood-zwarte club heeft een enorme achterban en speelt haar thuiswedstrijden in het Maracanã. Flamengo won in 2025 opnieuw het Braziliaanse kampioenschap en pakte datzelfde jaar voor de vierde keer de Copa Libertadores. Daarmee werd Flamengo de eerste Braziliaanse club die de Libertadores vier keer wist te winnen.
Flamengo heeft door de jaren heen talloze grote spelers voortgebracht. Zico groeide uit tot de grootste clublegende, terwijl ook spelers als Adriano, Júlio César en Vinícius Júnior hun doorbraak bij Flamengo beleefden. Andere wereldsterren, zoals Ronaldinho en Garrincha, speelden later in hun carrière eveneens voor de club.
De enorme achterban van Flamengo komt vooral tot leven tijdens de grote derby’s. De Fla-Flu tegen Fluminense en de Clássico dos Milhões tegen Vasco da Gama behoren tot de meest beladen wedstrijden van Rio.
Vasco da Gama
Vasco da Gama werd in 1898 opgericht als roeivereniging door Portugese immigranten. De voetbalafdeling ontstond later, nadat de club in 1915 fuseerde met Lusitânia Futebol Clube.
Vasco heeft een bijzondere plaats in de sociale geschiedenis van het Braziliaanse voetbal. In 1923 werd de club kampioen met een elftal dat bestond uit spelers uit verschillende sociale lagen, waaronder zwarte spelers, arbeiders en handelaren. Deze ploeg werd bekend als de Camisas Negras. Een jaar later weigerde Vasco spelers uit de selectie te verwijderen vanwege hun afkomst en sociale achtergrond. De brief waarmee de club zich daartegen verzette staat bekend als de Resposta Histórica.
De club speelt haar thuiswedstrijden in het historische São Januário. In 1974 werd Vasco de eerste club uit Rio die het Braziliaanse landskampioenschap won. De jonge Roberto Dinamite was een van de grote uitblinkers van die ploeg.
In de jaren tachtig maakte Vasco bovendien kennis met een andere Braziliaanse voetballegende: Romário. De aanvaller debuteerde in 1985 in São Januário en groeide later uit tot een wereldster bij PSV, Barcelona en het Braziliaanse nationale elftal.
Vasco won sindsdien meerdere landstitels en werd in 1998 kampioen van Zuid-Amerika door de Copa Libertadores te winnen.
Botafogo
Botafogo komt uit de gelijknamige wijk in Rio de Janeiro en kent, net als Flamengo en Vasco, een lange geschiedenis in het roeien. De voetbalclub Botafogo Football Club werd opgericht op 12 augustus 1904. In 1942 fuseerde deze club met Club de Regatas Botafogo. Sindsdien bestaat de club onder de naam Botafogo de Futebol e Regatas.
Botafogo groeide uit tot de club van enkele van de grootste Braziliaanse voetballers aller tijden. Garrincha, Nilton Santos, Didi en Jairzinho zijn onlosmakelijk verbonden met de zwart-witte club. Vooral Garrincha groeide uit tot een icoon van zowel Botafogo als het Braziliaanse voetbal.
Voor Nederlandse voetballiefhebbers is Botafogo onder meer bekend als de club waar Clarence Seedorf zijn carrière afsloot.
In 1968 won Botafogo voor het eerst het Braziliaanse landskampioenschap. Daarna volgden landstitels in 1995 en 2024. In dat laatste jaar won de club bovendien voor het eerst de Copa Libertadores.
Het Maracanã – het voetbalhart van Rio
De thuisbasis van Flamengo en Fluminense is het wereldberoemde Maracanã. Voor iedere voetballiefhebber is het stadion een bedevaartsoord. Het stadion ademt voetbal en er zijn door de jaren heen talloze iconische wedstrijden gespeeld.
Het Maracanã werd gebouwd voor het WK van 1950. Tijdens de finale verloor Brazilië in eigen land met 1-2 van Uruguay. De nederlaag staat bekend als de Maracanazo en groeide uit tot een nationaal voetbaltrauma. Het stadion zat die dag vol met tienduizenden Brazilianen die ervan uitgingen dat hun land wereldkampioen zou worden.
Ook na het WK bleef het Maracanã een belangrijk decor van de Braziliaanse voetbalgeschiedenis. Pelé maakte er in 1969 voor Santos zijn duizendste doelpunt uit zijn carrière, een van de beroemdste momenten uit zijn loopbaan.
In het stadion zijn door de jaren heen talloze Braziliaanse voetballegendes voorbijgekomen. Namen als Pelé, Zico, Garrincha, Ronaldo, Ronaldinho en Adriano zijn verbonden aan de geschiedenis van het Maracanã.
Het stadion is meerdere keren verbouwd. Staanplaatsen maakten grotendeels plaats voor zitplaatsen en voor het WK van 2014 en de Olympische Spelen van 2016 werd het stadion ingrijpend gerenoveerd. De capaciteit ligt tegenwoordig rond de 78.000 plaatsen.
Tijdens het WK van 2014 speelde het Maracanã opnieuw een hoofdrol. De finale werd in het beroemde stadion gespeeld. Brazilië haalde die finale echter niet. In de halve finale werd het land in het Mineirão-stadion in Belo Horizonte met 1-7 verslagen door Duitsland. Na ongeveer een halfuur stond Brazilië al met 0-5 achter. De nederlaag kreeg de bijnaam Mineiraço.
De finale werd vervolgens wel in het Maracanã gespeeld. Duitsland versloeg Argentinië met 1-0 na een doelpunt van Mario Götze in de verlenging.
Wie het Maracanã bezoekt, kan bovendien in het museum van het stadion kennismaken met die geschiedenis. Daar komen verschillende generaties Braziliaanse voetbalhelden samen. Foto’s en herinneringen aan spelers als Pelé, Zico, Ronaldo, Ronaldinho en Adriano laten zien welke rol het stadion heeft gespeeld in de ontwikkeling van het Braziliaanse voetbal. Ook zijn er herinneringen aan grote internationale toernooien en belangrijke wedstrijden uit de geschiedenis van het stadion.
Een rondleiding door het Maracanã laat vervolgens zien hoe zo’n voetbaltempel er achter de schermen uitziet. Van de kleedkamers en spelerstunnel tot de dug-outs en het veld: plekken die normaal alleen toegankelijk zijn voor spelers, trainers en journalisten. Het maakt duidelijk dat het Maracanã niet alleen een monument is, maar nog altijd een plek waar voetbal daadwerkelijk wordt beleefd.
Maar het Maracanã is meer dan een stadion waar historische wedstrijden worden gespeeld. Het is ook de plek waar de Braziliaanse supporterscultuur volledig tot leven komt.
Met de komst van het Maracanã veranderde ook de manier waarop supporters hun club aanmoedigen. Trommels en percussie werden belangrijker en gaven het gezang een vast ritme. Ook invloeden uit de samba- en carnavalscultuur vonden hun weg naar de voetbaltribunes.
Langzaam kreeg het Maracanã zijn eigen geluid: trommels, gezang, vlaggen en duizenden supporters die samen voor hun club zingen.
Ook de indeling van het stadion kreeg een eigen voetbalcultuur. De grote clubs van Rio ontwikkelden door de jaren heen hun eigen vertrouwde plekken op de tribunes. Daardoor vertellen de verschillende delen van het Maracanã ieder hun eigen verhaal over de clubs, hun aanhang en hun rivaliteit.
Op wedstrijddagen verandert het stadion in een zee van clubkleuren. Trommels bepalen het ritme, vlaggen bewegen boven de hoofden en duizenden supporters zingen dezelfde liederen. Bij grote wedstrijden worden daar indrukwekkende choreografieën en mozaïeken aan toegevoegd.
De supporters zijn geen toeschouwers die negentig minuten stilzitten, maar onderdeel van het spektakel.
Dat is misschien wel de beste manier om het Maracanã te begrijpen. Overdag is het een stadion vol geschiedenis. Op wedstrijddagen komt die geschiedenis tot leven en verandert het Maracanã in een plek waar voetbal, muziek, rivaliteit en de passie van de carioca samenkomen. Iedere voetballiefhebber die ooit een bezoek brengt aan Rio, moet zeker weten langs gaan bij het Maracanã.
Torcidas
Onmisbaar in de Braziliaanse voetbalcultuur zijn de torcidas, letterlijk de aanhang. De verschillende clubs in Rio hebben allemaal een grote supportersschare die zich iedere wedstrijd luidkeels laat horen. Zij vormen een belangrijk onderdeel van de identiteit van hun club en zorgen iedere wedstrijd opnieuw voor spektakel op de tribunes.
De georganiseerde supportersgroepen, de zogenoemde torcidas organizadas, hebben een lange geschiedenis in Rio. In de jaren veertig werden verschillende groepen officieel georganiseerd. Bij Flamengo werd in 1942 de Charanga do Flamengo opgericht door Jaime de Carvalho en Manuel da Silva. De groep trok met muziekinstrumenten naar wedstrijden en zorgde voor een sfeer die sterk deed denken aan de muziek en het carnaval van Rio.
In maart 1944 ontstond de Torcida Organizada do Vasco (TOV). Een van de oprichters was Aida de Almeida. In de jaren vijftig nam Dulce Rosalina de leiding over de groep over. Zij groeide uit tot een van de bekendste vrouwelijke supportersleiders van het Braziliaanse voetbal.
Ook Fluminense kreeg een georganiseerde supportersgroep. In 1946 werd de Torcida Organizada do Fluminense (TOF) opgericht door Paulista, die de Fluminense-aanhang sinds 1939 informeel leidde.
Een van de bekendste verhalen uit de supporterscultuur van Rio is dat van de Urubú, de zwarte gier van Flamengo. De bijnaam werd oorspronkelijk door rivaliserende supporters gebruikt en had een racistische lading. In 1969 besloten enkele Flamengo-supporters tijdens een derby tegen Botafogo een gier mee te nemen naar het Maracanã. Het dier werd boven het veld losgelaten met een Flamengo-vlag aan zijn poten. De actie werd enthousiast ontvangen door de Flamengo-aanhang.
Flamengo won de wedstrijd met 2-1 en de zwarte gier groeide uit tot een symbool van de club. Wat ooit als belediging bedoeld was, werd door Flamengo-supporters uiteindelijk omarmd als onderdeel van hun eigen identiteit.
De combinatie van voetbal en muziek is nog altijd duidelijk zichtbaar in het Braziliaanse voetbal. Trommels bepalen het ritme van de tribune, vlaggen bewegen boven de hoofden en supporters zingen gezamenlijk voor hun club. Liederen worden soms minutenlang herhaald en kunnen een heel stadion vullen.
Bij grote wedstrijden worden daar indrukwekkende choreografieën en mozaïeken aan toegevoegd, waarbij duizenden supporters samen één beeld vormen.
Een wedstrijd in Rio bestaat daardoor uit twee spektakels tegelijk. Op het veld proberen 22 spelers de wedstrijd te winnen. Op de tribunes proberen duizenden supporters hun club zo luidruchtig, kleurrijk en indrukwekkend mogelijk te vertegenwoordigen.
De derby hoofdstad van Brazilië
De vier grote clubs zorgen samen voor een unieke derbycultuur. Flamengo, Fluminense, Vasco da Gama en Botafogo strijden niet alleen om punten, maar ook om de eer van de stad. Iedere combinatie tussen de vier clubs heeft zijn eigen geschiedenis en karakter.
Fla-Flu
De bekendste derby is de Fla-Flu, de ontmoeting tussen Flamengo en Fluminense. De rivaliteit ontstond al vroeg in de geschiedenis van beide clubs. Toen enkele voetballers van Fluminense in 1911 ontevreden de club verlieten, sloten zij zich aan bij Flamengo. De roeivereniging Flamengo besloot daarop een voetbalafdeling op te richten.
De eerste wedstrijd tussen beide clubs vond plaats op 7 juli 1912. Fluminense won met 3-2.
De derby groeide uit tot een van de grootste wedstrijden van Brazilië. Een van de beroemdste edities vond plaats in 1963. In de finale van het Campeonato Carioca kwamen 194.603 toeschouwers naar het Maracanã. De wedstrijd eindigde in 0-0, wat genoeg was voor Flamengo om de titel te pakken.
Clássico dos Milhões
De wedstrijd tussen Flamengo en Vasco da Gama staat bekend als de Clássico dos Milhões, de klassieker van de miljoenen. De naam verwijst naar de enorme supportersschare van beide clubs.
De rivaliteit ontstond oorspronkelijk in het roeien, maar werd later uitgebreid naar het voetbal en andere sporten. Beide clubs vertegenwoordigen bovendien verschillende delen van de sociale en culturele geschiedenis van Rio. Daardoor is een ontmoeting tussen Flamengo en Vasco veel meer dan alleen een voetbalwedstrijd.
De enorme belangstelling zorgt regelmatig voor grote bezoekersaantallen. Tegelijkertijd kent de rivaliteit ook een donkere kant. Door de jaren heen vonden er meerdere gewelddadige confrontaties plaats tussen rivaliserende supportersgroepen.
Clássico dos Gigantes
De Clássico dos Gigantes is de derby tussen Fluminense en Vasco da Gama. Ook hier lopen sportieve rivaliteit, clubgeschiedenis en supporterscultuur door elkaar heen.
De rivaliteit heeft de afgelopen jaren regelmatig geleid tot provocaties tussen beide supportersgroepen. Spandoeken, sociale media en gebaren van spelers worden daarbij gebruikt om de tegenstander uit te dagen. Daarbij wordt soms verwezen naar historische gebeurtenissen en het verleden van beide clubs.
Een belangrijk onderdeel van de rivaliteit is de geschiedenis van Vasco en de rol die de club speelde bij het doorbreken van sociale en raciale barrières in het Braziliaanse voetbal. Dat historische verschil wordt door beide supportersgroepen regelmatig gebruikt in hun onderlinge provocaties.
De Clássico dos Gigantes is daarmee veel meer geworden dan alleen een voetbalwedstrijd. Het is een botsing tussen twee grote clubs uit Rio, waarbij sportieve prestaties, clubgeschiedenis en supporterscultuur voortdurend door elkaar heen lopen.
Clássico da Rivalidade
De wedstrijd tussen Botafogo en Flamengo staat bekend als de Clássico da Rivalidade. De rivaliteit kent haar oorsprong in de lange geschiedenis van beide clubs en hun strijd om de macht in Rio.
De derby heeft bovendien een aantal bijzondere hoofdstukken gekend. Garrincha groeide bij Botafogo uit tot een van de grootste Braziliaanse voetbaliconen en speelde in talloze wedstrijden tegen Flamengo. Op de tribunes zorgt de wedstrijd traditioneel voor een felle strijd tussen de zwart-witte en rood-zwarte aanhang.
Clássico Vovô
De Clássico Vovô is de derby tussen Botafogo en Fluminense. De naam betekent letterlijk ‘Opa-derby’ en verwijst naar de ouderdom van de rivaliteit.
De eerste ontmoeting vond plaats op 22 oktober 1905. Fluminense won die wedstrijd met maar liefst 6-0. Sindsdien groeide de wedstrijd uit tot een van de oudste en meest traditionele derby’s van het Braziliaanse voetbal.
Joga Bonito
Uiteindelijk komt veel van de voetbalcultuur van Rio samen in één begrip: Joga Bonito.
Creativiteit, techniek, improvisatie en plezier staan centraal. Van de straat en het strand tot de grootste stadions van Brazilië: voetbal wordt in Rio op veel verschillende manieren gespeeld.
Op de pleintjes wordt gevoetbald zonder dat iedere beweging vooraf bedacht is. Op het strand wordt techniek gecombineerd met improvisatie. In het stadion komen duizenden supporters samen met muziek, gezang en vlaggen. Op het veld proberen spelers met hun techniek en creativiteit het verschil te maken.
Wie Rio wil begrijpen, hoeft daarom niet alleen naar de toeristische trekpleisters te kijken. Kijk naar een pleintje waar kinderen voetballen, luister naar een torcida die door de straten trekt en stap op een wedstrijddag het Maracanã binnen.
Praat mee